Beelduitwisseling in de zorg, hoe moeilijk kan het zijn?

Nieuws

Beelduitwisseling in de zorg, hoe moeilijk kan het zijn?

Sinds het jaar 1999 houd ik mij bezig met het ontwikkelen van samenwerking binnen ziekenhuizen, de inrichting van zorgprocessen en een effectieve inzet van medische technologie, zorg ICT en de zorg faciliteit. Als rode draad hierin: de integratie van ICT systemen. Veelal binnen de radiodiagnostische discipline waarbij de uitwisseling van beelden tussen ziekenhuizen al vroeg een onderwerp was dat mij bezighield. Eerst binnen ziekenhuizen, later tussen ziekenhuizen. Toen in 2004 IHE opgericht werd en ik gevraagd werd in het UMC Utrecht het belang van integratie en samenwerking vanuit IHE te communiceren, was het nog niet echt een onderwerp waar men warm voor liep. Logisch, de meeste zorg werd binnen de muren van ziekenhuizen geregeld en uitwisseling van beelden gebeurde in mindere mate. Maar al snel veranderde dit en is de urgentie inmiddels meer dan hoog. Maar eerst even wat verder terug in de tijd.

Door Karel Loerts, algemeen directeur KALCIO Healthcare

Robert

Mijn beste vriend
Dit is Robert, een van mijn beste vrienden. Ja, ik bevind me in de gelukkige situatie waarbij ik een paar beste vrienden heb. Die mensen waar je van houdt, door dik en door dun, en die jij altijd wilt helpen als ze jou nodig hebben. En andersom; je hoeft het niet te vragen, het is gewoon vanzelfsprekend.

Robert en ik waren tieners, samen beleefden wij een mooie tijd tijdens de studie waar wij elkaar hadden ontmoet. Op kamers, weg van onze ouders, vrij en soms ook een beetje onbezonnen. Maar goed, daar gaat dit verhaal niet over. In het weekend en in de vakanties trokken we elk weer naar onze eigen roots, Robert naar het oosten en ik naar het noorden. Ook die ene dag in de zomer van 1995. Ik zat thuis in Friesland en ik werd gebeld: “Robert ligt in het ziekenhuis met een gebroken nekwervel”. Een duik in openbaar water was waarschijnlijk de oorzaak hiervan. Onbezonnen zou je kunnen zeggen, maar hé, daar heeft echt niemand iets aan. Wat kun je dan doen? Je beste vriend helpen? Maar hoe dan? Naar hem toe en bij hem zijn, was echt het minste wat ik kon doen en wilde op dat moment. Ik had net mijn rijbewijs en gezien de situatie waarin Robert verkeerde was er voor mijn vader geen enkele twijfel: ik mocht zijn (mooie) auto gebruiken om naar het Universitair Medisch Centrum te Groningen te rijden. Die dag, die zo warm en zomers was begonnen, eindigde in noodweer en het moest dan ook zo zijn dat ik met al mijn onervarenheid een kilometer voor het UMC Groningen in een aquaplaning situatie raakte. Het volgende moment stond ik met de auto van mijn vader op de achterzijde van mijn voorligger geparkeerd. Onbezonnen? Tja, wat zal ik zeggen.

Uiteindelijk ben ik met de schrik vrij gekomen en is Robert na een intensieve operatie en lang herstel er weer volledig bovenop gekomen. Hoewel in onze studententijd van sporten nooit zoveel was gekomen wist Robert in zijn latere jaren weer intensief zijn sport te beleven. Schaatsen, wielrennen, skiën; echt alles wat hij onderneemt doet hij met passie en de drive om zichzelf telkens weer te verbeteren. Zo ook was hij in 2015 de eerste piloot in een door een mens aangedreven onderzeeboot in Washington (het wereldrecord staat nog) en stond hij drie maanden later in de Nevadawoestijn voor een poging om het wereldsnelheidsrecord fietsen te doorbreken. Het was het einde van een intensieve periode trainen met als climax dat moment in die woestijn: hij crashte in zijn laatste poging.

We hadden het bijna nooit meer over die fatale dag in 1995 , tot in 2016. Toen belde Robert mij; hij had de laatste tijd last van uitvalsverschijnselen. De linkerkant was gedeeltelijk uitgevallen, lopen ging moeizaam en de linkerarm was deels lam. Robert vermoedde dat zijn klachten kwamen doordat er tijdens de val iets niet goed was gegaan met het verbindingsplaatje aan zijn nekwervels. Er werden foto’s gemaakt en er leek inderdaad een schroef niet meer op z’n plek te zitten. Om een goede analyse te kunnen maken had hij de oorspronkelijke foto’s nog die na de operatie in 1996waren gemaakt. Alleen zo kon er iets zinnigs over gezegd worden. Om de foto’s en de situatie te vergelijken wilde hij graag de chirurg van destijds naar de beelden laten kijken en daarnaast wilde hij een second opinion van een specialist in Brazilië. Tja, dat de foto’s van destijds nog op film waren, dat was vanzelfsprekend, het was immers de pre-digitaliseringstijd. En dat ze nog vindbaar waren, dat was ook mooi, dat was immers minder vanzelfsprekend. De meer recente onderzoeken wilde hij ook graag zo snel mogelijk naar de beide specialisten in Nederland en Brazilië krijgen. En dat ging dus niet. Het verzamelen van alle beelden verliep moeizaam, alleen al door links die niet werkten en inlogcodes die niet klopten. Uiteindelijk verliep het verkrijgen van de DVD’s het snelst voor Robert door zelf een rondje door Nederland langs de verschillende ziekenhuizen te rijden, na eerst veel gebeld te hebben om er zeker van te zijn dat de beelden klaar lagen. Vervolgens kreeg hij door middel van exports naar jpg’tjes en wat photoshoppen dan eindelijk de digitale versies die hij naar de andere kant van de wereld kon mailen. ‘Tuurlijk, dat kan ook anders, maar die oplossingen zijn slecht toegankelijk voor een leek op het gebied van medische beeldvorming.

Het gaat nu goed met Robert. Door middel van therapie is hij goed hersteld. en in 2020 werd hij Nederlands kampioen op de schaats bij de Masters. Nu is het een kwestie van zoveel mogelijk genieten van het leven en hopen dat er geen terugval meer komt.

Wat is nu eigenlijk het probleem?
Ik heb even getwijfeld of ik dit verhaal op zou schrijven, omdat het best persoonlijk is. Ook omdat je zou kunnen stellen dat het met Robert uiteindelijk goed is gekomen. En ja, dit is slechts één verhaal over waar er binnen het uitwisselen van medische beeldvorming een knelpunt bestond . Maar er kan met zekerheid gesteld worden dat er op dit moment veel fout gaat rondom de uitwisseling van beelden. Zeker gezien de schattingen dat er in Nederland jaarlijks ca. 4.500.000 beelden tussen ziekenhuizen worden verzonden. Het meeste daarvan gaat nog steeds via DVD’s. Ook de gevolgen in zulke situaties rondom beelduitwisseling als die van Robert kunnen duidelijk ernstiger zijn. Of zelfs fataal aflopen indien specialisten niet tijdig over de juiste informatie beschikken.

Wie van jullie weet het nog? Rond het jaar 2000 deden de eerste PACS-systemen hun intrede in de ziekenhuizen. Dit was een ontzettend mooie ontwikkeling. Toen al werd duidelijk dat de integratie van verschillende systemen belangrijk zou worden. In 2004 werd daarom de Nederlandse afdeling van IHE opgericht. Een van de uitwerkingen vanuit IHE is XDS, wat voor Cross-enterprise Document Sharing staat. Deze uitwerking beschrijft hoe de IT-infrastructuur en de applicatie moeten zijn ingericht, om op een veilige wijze, gegevens tussen zorginstellingen uit te kunnen wisselen. Hierin hebben de afgelopen vijftien jaar ontwikkelingen plaats gevonden, ware het niet dat er naast veel voordelen toch ook een aantal nadelen bestaan. Het voordeel is dat XDS als zeer toekomstbestendig mag worden beschouwd. Het is een internationale uitwerking en het houdt uiteindelijk ook rekening met de regie van de patiënt op haar eigen data. Het grote nadeel is de investeringslast en de lange doorlooptijd voor ziekenhuizen om dit succesvol te implementeren, alsmede de vraag naar focus op samenwerking tussen de ziekenhuizen en ook zelfstandig behandelcentra. Er zijn zeker een aantal succesvolle implementaties in Nederland te noemen. Dat XDS of een verdere uitwerking hierop op de lange termijn dé oplossing is, kan ik mij goed indenken. In ieder geval is XDS een oplossing die niet samenhangt met één leverancier van software, maar die alle bedrijven die zelf softwaremodules bouwen in de zorg in de gelegenheid stelt om volgens het XDS-profiel hun software gereed te maken.

Echter, ondanks het feit dat veel partijen in Nederland (o.a. de ziekenhuizen, softwarebedrijven, overheden, belangengroepen en adviesbureaus) er al meer dan een decennium mee bezig zijn, bestaat er nog steeds geen landelijk dekkende oplossing. Als het tempo zo doorgaat is XDS nog ver verwijderd van een landelijke dekking. Daarnaast biedt XDS ook niet de oplossing voor alle behoeften van uitwisseling, zoals ook de meer ad hoc behoefte van specialisten om met hun collega aan de andere kant van de wereld af te kunnen stemmen rondom die ene unieke casus. Of zoals de behoefte voor uitwisseling in het kader van onderzoek.

Kijken naar wat we hebben?
Eerst maar eens de focus op de primaire zorg; daar is het nu vijf ná twaalf. Zeker met de enorme toename van uitwisseling van gegevens vanwege de ontwikkeling van steeds meer transmurale zorg is ontwikkeld voor de beste zorg voor de patiënt.

Dit is mijn kijk op de situatie rondom beelduitwisseling. Een die gevormd is door mijn ervaringen als manager in verschillende ziekenhuizen en door mijn werk in de wereld van de zorg-ICT. Maar ik wil niet alleen komen met een klaagzang over hoe slecht we ervoor staan. Hoewel dat mogelijk door het bovenstaande niet zo lijkt, wil ik juist graag bijdragen aan een oplossing. Zo heb ik in mei 2019 een pitch mogen houden voor de stuurgroep van IHE; voor mij hét gremium om een voorstel te doen voor een tussenstap naar de eindsituatie. Daar zitten alle partijen die de oplossing in de hand hebben bij elkaar.

Het doel waar ik in mei 2019 voor pleitte, was als eerste het volledig elimineren van de nu veelal gebruikte DVD als datadrager en van de fysieke postbode in de transfer van data tussen ziekenhuizen. Dit is duidelijk de eerste stap die gezet moet worden. Wel wil ik daarbij benoemen dat het belangrijk is om te waarderen wat er nu al is.

Allereerst zien we in de huidige situatie in alle ziekenhuizen zeer gedreven en dedicated experts die de beelden uit het eigen systeem exporteren en beelden uit andere ziekenhuizen importeren. Deze datamanagers (bij beelduitwisseling ook wel image managers genoemd) hebben de huidige situatie tot een zo veilig mogelijke situatie gemaakt. Voor de volgende stap in de oplossing kunnen we vooral van hen leren hoe wij dat veilig moeten doen.

Daarnaast worden de door Image managers gebrande DVD’s met de post verzonden van het ene naar het andere ziekenhuis. Hoewel dit qua privacy, betrouwbaarheid en snelheid een onhoudbare schakel is, kunnen we wel een ding leren van de traditionele wijze van het postproces: het maakt niet uit met welk postbedrijf je de DVD verstuurt (PostNL, DPD, UPS, DHL, etc.) de aflevering gebeurt altijd en overal op dezelfde wijze. Allen stoppen ze de envelop in een gleuf en die gleuf bij aflevering is voor alle postbedrijven gelijk van formaat.

Ten slotte is het belangrijk om te erkennen dat er door verschillende softwarebedrijven al een veelvoud aan goede (cloud-)oplossingen op de markt gebracht zijn voor het veilig delen en uitwisselen van gegevens en medische beeldvorming (o.a. eVOCS, XDM, Image Exchange Portal, PACS-Onweb, forcare, Siilo, etc.)

De oplossing?
De bovengenoemde succesvolle onderdelen van de huidige situatie zijn de basis voor de oplossing die ik heb voorgesteld in mei 2019. Mijn voorstel is er op gericht om als pré-XDS oplossing een profiel te ontwikkelen, die de softwareleveranciers verplicht om vóór 31 december 2020 een standaard output te ontwikkelen. Deze standaard output is eigenlijk net als de gleuf waar de postbode zijn envelop in stopt. Vanzelfsprekend moet er hierbij gebruik gemaakt worden van de standaarden voor medische beeldvorming die er al zijn en waar elk ziekenhuis in Nederland al mee werkt.

De oplossing die ik hier schets komt onder andere voort vanuit inzichten uit een rondgang langs diverse radiologieafdelingen van Nederlandse ziekenhuizen. Hierin werd duidelijk dat ze eigenlijk allen hun focus op XDS hebben, maar dat de weg nog wel lang is en dat de zorg ligt bij wat de andere ziekenhuizen doen. In deze rondgang kwam daarnaast vooral naar voren dat de image managers op dit moment niet alleen te maken hebben met de DVD’s als medium maar ook met al de verschillende andere manieren om data binnen te halen, zoals bijvoorbeeld die cloudoplossingen. Dit levert een groot beheersprobleem op bij de image managers.

Ook de Nederlandse Vereniging voor Radiologen (NVvR) schreef in 2015 al een advies hoe om te gaan met de periode dat er nog geen eenduidige oplossing is zoals die van XDS kan worden. In het advies werd het creëren van sFTP-verbindingen als de standaard oplossing voor de korte termijn aangeraden; een advies dat in lijn stond met het in 2015 gepubliceerde convenant waarin alle relevante belanghebbende partijen zich hebben gecommitteerd aan het doel om in 2020 een landelijke infrastructuur te hebben voor de uitwisseling van medische gegevens.

De sFTP-oplossing lijkt ook al een soort ‘gleuf-’oplossing. Helaas is dit toen niet van de grond gekomen, net als dat het voorstel over de standaard ‘gleuf’ voor alle datatransfersoftware voor zorgdata helaas niet is overgenomen binnen de stuurgroep van IHE. Mede door de complexiteit van verschillende belangen in het brede veld van belanghebbenden kan ik mij goed voorstellen dat dergelijke ideeën niet zomaar kunnen. Maar goed, gezien mijn betrokkenheid bij het onderwerp, mijn dagelijkse ervaringen in Nederlandse ziekenhuizen en de uitdagingen waar medici voor staan, voelt het wel een beetje moedeloos.

Is de DVD eind 2020 geschiedenis?
Zijn er dan nog andere oplossingen? Het is nu 2020, het jaar waarin de infrastructuur voor gegevensuitwisseling moet staan. Gaat dat lukken? En zo ja, hoe dan? Gelukkig is er een programma dat zich daar intensief mee bezig houdt: het Twiin programma. In de blessuretijd van het convenant uit 2015 is in maart 2020 een kick-off beeldbeschikbaarheid gehouden voor de eerste pilot met leveranciers en zorgaanbieders. Er wordt alles op alles gezet om toch de wedstrijd te winnen. In het Twiin programma loopt het DVDexit selectietraject zoals te lezen is op de site van Twiin. In dit traject lijkt toegewerkt te worden naar één leverancier die de beelduitwisseling in Nederland mag verzorgen. Een uitdagende oplossing, waar ook landen als Zweden en het Verenigd Koninkrijk jaren geleden voor gekozen hebben. Dit heeft zeker voor succesvolle resultaten gezorgd, maar er kleven ook nadelen aan. Te meer in Nederland al een groeiklimaat is ontstaan voor al die leveranciers die elk hun eigen mooie oplossingen hebben ontwikkeld en de verschillende ziekenhuizen die al behoorlijk hebben geïnvesteerd in het installeren van dergelijke oplossingen. Kunnen die weer opnieuw beginnen? Of maken we gebruik van al die verschillende reeds bestaande software oplossingen, en word gericht op de integratie ervan en een standaard output, de ‘gleuf’?

Onlangs werd in hoge snelheid door Philips een platform ter beschikking gesteld, waarmee 90 ziekenhuizen op dit moment hun beelden digitaal met elkaar kunnen uitwisselen in het kader van COVID-19. De situatie maakte het nu wel erg urgent om beelduitwisseling opgelost te hebben. Mooi om te zien dat het ineens nu wel snel kan. En de Twiin tender voor DVDexit is in plaats van in 8 weken doorlooptijd nu versneld naar een 2 weken doorlooptijd in de zoektocht naar hét geschikte software pakket. In deze snelkookpan van een paar weken is na jaren polderen de XDM oplossing gekozen om naast, of ter vervanging van al die andere oplossingen landelijk te implementeren. Ik heb geen negatieve nood over het gekozen product, in tegendeel, alle oplossingen die op de markt zijn geïntroduceerd de afgelopen jaren dragen bij aan functionaliteit. Ze werken alleen niet samen en dat is ontzettend spijtig.

Ben benieuwd of de keuzes die nu versneld gemaakt zijn voldoende aandacht geven aan het werk van de zorgprofessional, de specialist en het belangrijkste; echt oog hebben voor de patiënt.
Voor een ieder hoop ik dat eind 2020 geen DVD meer gebruikt hoeft te worden voor de uitwisseling van medische beelden.

Wat denk jij is de DVD voor beelduitwisseling eind 2020 geschiedenis?

Zie ook een mooi artikel over Robert Braam in de Gelderlander.

COVID-19 testen: Iedereen straks door de drive-thru?

Nieuws

COVID-19 testen: Iedereen straks door de drive-thru?

Een van de speerpunten binnen KALCIO Healthcare is diagnostiek, daarom waren wij benieuwd welke testen er momenteel gedaan worden om een COVID-19 infectie te identificeren. In dit artikel beschrijven we twee verschillende COVID-19 testen en vertellen we hoe deze testen worden ingezet gedurende de COVID-19 uitbraak.

‘’Testen, testen, testen’’, dat is het advies wat de WHO ons iedere dag weer voorschotelt. Nederland volgde dit advies een aantal weken geleden nog niet op. Niet omdat Nederland dit niet wilde, maar omdat er enorme schaarste was in de testcapaciteit. Inmiddels is het aantal testen, die in Nederland kunnen worden uitgevoerd, enorm gestegen. Per dag kunnen er momenteel zo’n 29.000 testen gedaan worden. Het belang van het opvoeren van de hoeveelheid testen is de extra data die daardoor wordt verkregen. Deze data is belangrijk voor het uitzetten van een juiste strategie om het virus onder controle te krijgen (1)(2).

In Nederland voeren wij twee soorten testen uit. Dit zijn een moleculaire test en een serologische test (3). Hieronder wordt dieper ingegaan op beide testen.

Moleculaire testen
Het doel van deze test is het opsporen van genetisch materiaal van het coronavirus bij de patiënt. Deze test kan dus zien of je een ‘’actieve’’ infectie hebt, waarbij het virus aanwezig is het in lichaam en de patiënt dus ook anderen kan besmetten. Voor het uitvoeren van dit soort testen wordt een keel- en neusmonster genomen. Deze test wordt ook wel een Reverse Transcriptase Polymerase Chain Reaction (RT-PCR) genoemd. De test krijgt een positief resultaat wanneer er twee specifieke COVID-19 genen worden gevonden in de monsters. Zodra maar één van beide genen kan worden aangetoond, dan zal het testresultaat negatief zijn. Een nadeel van deze test is dat men hiermee niet kan aantonen of iemand het coronavirus al heeft gehad en daarvan is genezen (4)(5).

Serologische testen
Serologische testen worden gebruikt om antistoffen tegen het COVID-19 virus op te sporen in het bloedserum. Voor het uitvoeren van deze testen heb je dus een bloedmonster van de patiënt nodig. De antistoffen die worden aangemaakt zijn specifiek gericht tegen het COVID-19 virus. Zij zullen aan het virus binden zodat het voor het virus onmogelijk wordt gemaakt om nieuwe cellen te infecteren. Het kan een aantal weken duren voordat men antistoffen tegen COVID-19 heeft opgebouwd en daarnaast zullen deze antistoffen veel langer in het lichaam aanwezig blijven dan het virus zelf. Daarom zegt een serologische test iets over een eventuele infectie in het verleden, maar zegt niks over het feit of de patiënt momenteel het virus nog bij zich draagt en dus anderen kan besmetten (4)(5).

Als we beide testen met elkaar vergelijken, dan is het grootste verschil dat een moleculaire test het genetisch materiaal van het virus detecteert, terwijl een serologische test vaststelt of de patiënt een natuurlijke immuunrespons tegen het COVID-19 virus heeft opgebouwd.

Aan het begin van de COVID-19 uitbraak werd er vooral veel getest met behulp van moleculaire testen. Naast dat deze testen snel geproduceerd kunnen worden, ligt het ook voor de hand om deze testen als primaire methode te gebruiken. Wanneer de eerste besmettingen in een land worden gedetecteerd, gaat men er over het algemeen niet vanuit dat er al veel mensen immuniteit hebben opgebouwd tegen het virus. Momenteel wordt er steeds meer gebruik gemaakt van de serologische testen. Zo is er deze week een mobiel lab opgestart in Oss waar mensen, door middel van dit soort testen, kunnen nagaan of zij het virus hebben gehad. Voor 70 euro kan je deze test laten doen en je hebt binnen een aantal minuten de uitslag. Volgens Alexander Willemse, directeur van BioConnection, geeft het de mensen rust en kunnen zij hierdoor beter hun eigen beslissingen nemen. Daarnaast geven deze testen ook informatie over hoeveel mensen al immuniteit hebben opgebouwd tegen het COVID-19 virus (6).

Ook wanneer de besmettingspiek voorbij is en versoepeling van de intelligente lockdown is ingetreden, blijft het belangrijk om zoveel mogelijk te testen. Door te blijven testen, houden we zicht op de verspreiding en kunnen we een heropleving van het virus wellicht voorkomen. In deze periode zou aan positief geteste mensen gevraagd kunnen worden om zichzelf in quarantaine te plaatsen, zodat zij geen nieuwe personen meer kunnen besmetten. Daarnaast is de serologische test op dit punt ook belangrijk, want zodra iemand antistoffen heeft opgebouwd en immuun blijkt te zijn, kan deze persoon bijvoorbeeld weer snel zijn werk hervatten (7).

Ten slotte komt in dit artikel regelmatig het woord ‘’immuniteit’’ aan bod en daar valt nog veel over te bespreken. Aan het begin van de COVID-19 virusuitbraak sprak Rutte over het opbouwen van groepsimmuniteit, de sterkere bouwen bij wijze van spreken een immuniteitsmuur om de zwakkere heen. Maar ook over deze term hoor je de laatste tijd minder. Er spelen vragen op zoals: ‘’Ben je wel echt immuun na genezing van het virus? En voor hoelang dan wel?’’. Ook blijkt het zo te zijn dat men minder antistoffen aanmaakt wanneer hij of zij alleen milde klachten heeft ervaren bij een COVID-19 besmetting (8). Meteen speelde de vraag op of men dan wel genoeg immuniteit zou hebben opgebouwd voor als het virus een tweede keer om de hoek komt kijken. Maar wellicht zou het ook zo kunnen zijn dat deze personen gewoonlijk een minder sterke immuunrespons nodig hebben om het virus op te ruimen, ook bij die tweede keer.

Kortom, we zijn nog lang niet uitgepraat over de uitbraak van het COVID-19 virus en er valt nog genoeg te onderzoeken en te bediscussiëren.

Referenties

  1. van Heerde, J. (2020, 19 maart). Test iedereen die mogelijk is besmet, zegt de WHO. Waarom doen we het dan niet? Geraadpleegd op 15 april 2020, van https://www.trouw.nl/binnenland/test-iedereen-die-mogelijk-is-besmet-zegt-de-who-waarom-doen-we-het-dan-niet~b1630f48/
  2. NOS. (2020b, 14 april). GGD: volgende week 12.000 extra tests per dag. Geraadpleegd op 15 april 2020, van https://nos.nl/artikel/2330455-ggd-volgende-week-12-000-extra-tests-per-dag.html
  3. RIVM. (z.d.). Policy on testing for novel coronavirus disease (COVID-19). Geraadpleegd op 16 april 2020, van https://www.rivm.nl/en/novel-coronavirus-covid-19/what-are-we-doing-in-the-netherlands-in-response-to-the-coronavirus/testing-policy
  4. Siddiqui, U. (2020, 7 april). Coronavirus testing methods: What you need to know. Geraadpleegd op 16 april 2020, van https://www.aljazeera.com/news/2020/03/coronavirus-testing-methods-200330142718434.html
  5. Kandola, A. (2020, 25 maart). Coronavirus testing: How does it work? Geraadpleegd op 16 april 2020, van https://www.medicalnewstoday.com/articles/coronavirus-testing#where-are-the-tests
  6. Triki, F., & Linders, T. (2020, 14 april). Eerste tests om te zien of je corona hebt gehad: “Geeft me een prettig en veilig gevoel”. Geraadpleegd op 16 april 2020, van https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3187956/Eerste-tests-om-te-zien-of-je-corona-hebt-gehad-Geeft-me-een-prettig-en-veilig-gevoel
  7. Mersch, R. (2020, 7 april). Hoe werkt een coronatest? En waarom kwam het testen hier zo laat op gang? Geraadpleegd op 17 april 2020, van https://decorrespondent.nl/10595/hoe-werkt-een-coronatest-en-waarom-kwam-het-testen-hier-zo-laat-op-gang/659540275680-a6f7ac8c
  8. Wiegman, M. (2020, 11 april). Stel, je bent immuun voor het coronavirus. En dan? Geraadpleegd op 17 april 2020, van https://www.parool.nl/nederland/stel-je-bent-immuun-voor-het-coronavirus-en-dan~b6ae6dd0/

Deventer Ziekenhuis zet mobiele CT-scan in voor opsporing corona

Nieuws

Deventer Ziekenhuis zet mobiele CT-scan in voor opsporing corona

Na onder meer Amsterdam, Rotterdam en Nieuwegein was deze week het Deventer Ziekenhuis aan de beurt voor het plaatsen van een
tijdelijke CT-scan faciliteit. Deze CT-scan is bedoeld om te kijken of mensen mogelijk een COVID-19 infectie hebben opgelopen, nog voor dat zij het ziekenhuis betreden. Er kan per dag een groot volume mensen worden gescand.

KALCIO Healthcare is door het Deventer Ziekenhuis gevraagd om de coördinatie en projectleiding te verzorgen voor de bouw en implementatie van de faciliteit. Het is fascinerend om te zien hoeveel partijen hard hebben samengewerkt om deze CT-scanner in 7 dagen doorlooptijd te plaatsen. De betrokkenheid van de Radiologie van het ziekenhuis, de laboranten en radiologen was enorm. Daarnaast hebben ook alle technische teams uit het ziekenhuis zelf ultieme inzet getoond om de race tegen de klok voor te blijven. Technici, klinisch fysica, ICT specialisten en facilitair medewerkers zijn hierin samen opgetrokken om het gebouw en het systeem operationeel te krijgen. Tevens door de hulp van een veelvoud aan bedrijven, zoals Van Wijnen, Kropman Installatietechniek, P & K Kraanbedrijf, De Meeuw, Convoi, Philips, kon dit plan snel gerealiseerd worden.

De Stentor schreef ook een artikel over dit project. Deze vind je hier.

Leidinggeven in de zorg

Nieuws

Leidinggeven in de zorg

Nancy Blockhuis werkt als interim teammanager bij KALCIO Healthcare. Zij heeft inmiddels al meerdere jaren ervaring als leidinggevende bij verschillende zorgorganisaties. Nancy vertelt ons over haar ervaring als leidinggevende in de zorg. Waar liggen de uitdagingen maar ook de kansen?

Als interim leidinggevende werk ik in een diversiteit aan zorgorganisaties. KALCIO Healthcare vindt zijn oorsprong in de radiologie, echter als leidinggevende worden wij ook voor andere afdelingen gevraagd om tijdelijk tactisch-operationele aansturing te geven.

Vanuit mijn achtergrond in biomedische wetenschappen en ervaring in verschillende Healthcare gerelateerde bedrijven kan ik mij een goede voorstelling maken van alle zorgprocessen die plaatsvinden in ziekenhuizen. Echter een gedetailleerde inhoudelijke kennis van alle werkprocessen binnen de verschillende afdelingen heb ik niet. Soms merk ik de zorg met name vanuit de werkvloer wanneer een interim manager van extern wordt aangetrokken dat deze onvoldoende kennis van de processen en gang van zaken van de desbetreffende afdeling heeft.

Echter de afwezigheid van inhoudelijk kennis over een bepaald proces of afdeling in zijn algemeenheid kan ook juist in je voordeel werken. Wanneer ik ergens binnenkom word ik niet gehinderd door voorkennis, door verworven rechten of door aloude gewoontes. Ik moet terugvallen op de kennis die er al is en die zich veelal bevindt op de plek waar deze hoort: de werkvloer. Door de werkvloer te betrekken en hen om input te vragen creëer ik al een eerste stukje draagvlak die later zo hard nodig is om een (proces)verandering te bewerkstelligen. Medewerkers hebben immers zelf meegedacht met de oplossing van een probleem. Een bijkomend voordeel hiervan is ook nog dat medewerkers zich gehoord voelen.

Geen uitgebreide inhoudelijke kennis zorgt er daarnaast voor dat je je als interim leidinggevende vaak makkelijker met de grote lijnen bezig kan houden. Wat ik vaak hoor is dat het voor veel teamleiders en teammanagers een uitdaging is om niet te veel bezig te zijn met operationele aansturing. Vaak overheerst de waan van de dag en blijft minder tijd over voor tactische en strategische vraagstukken, terwijl dit aspect het leidinggeven vaak juist interessant maakt. Doordat ik op het operationele vlak minder kennis heb, is het voor mij als interim manager gemakkelijker om de balans tussen operationeel en tactisch/strategisch te bewaren.

In Gelre ziekenhuizen werd ik bijvoorbeeld gevraagd om als interim teammanager een team van radiodiagnostisch laboranten en secretaresses aan te sturen. Tot die tijd hadden ze alleen leidinggevenden gehad met een radiologie achtergrond. In het begin hebben ze best even moeten wennen aan mijn manier van aansturing. Naarmate ik hen langer ondersteunde merkten ze dat een neutrale blik en een focus op het proces (en minder op inhoud) ook veel voordelen oplevert en dat het hen kan helpen om anders naar hun eigen werkzaamheden te kijken. Het is natuurlijk ontzettend mooi om daar een steentje aan bij te kunnen dragen!

Bij KALCIO Healthcare is het dát wat we belangrijk vinden: het ondersteunen van mensen bij het verder ontwikkelen van eigen kennis en hen de tools geven om hun eigen werk zo goed mogelijk uit te kunnen voeren.

De inzet van de CT-scan als testmethode voor het COVID-19 virus

Nieuws

De inzet van de CT-scan als testmethode voor het COVID-19 virus

In de tijd van het coronavirus, zijn er veel vragen die opspelen over waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Ook wordt er veel gesproken over de manier waarop een coronavirusinfectie wordt gediagnosticeerd en waarom dan juist voor die aanpak gekozen wordt. In dit artikel wordt de keuze voor een RT-PCR test tegenover de keuze voor een CT-scan, als primaire methode voor het diagnosticeren van een coronavirusinfectie van verschillende kanten belicht.

Momenteel is in Nederland een Reverse Transcriptase Polymerase Chain Reaction (RT-PCR) de primaire methode, volgens de RIVM richtlijnen, om te testen of iemand besmet is met het coronavirus. Deze RT-PCR wordt uitgevoerd op monsters die zijn genomen uit de neus en keel van de mogelijk besmette persoon. Via deze methode kan men de aanwezigheid van genetisch materiaal van het coronavirus opsporen in het menselijk lichaam (1).

Naast deze specifieke RT-PCR methode, zijn er ook verschillende geluiden die spreken over het gebruik van een CT-scanner bij het diagnosticeren van een coronavirusinfectie. In China is er inmiddels een richtlijn waarin de CT-scan een rol heeft gekregen in de detectie van het virus. Uit een Chinees onderzoek is namelijk gebleken dat CT-scans van de thorax een goede bijdrage kunnen leveren aan het verhogen van de sensitiviteit voor identificatie van het coronavirus. Dit bleek uit het resultaat dat een meerderheid van de patiënten die negatief getest werden met de RT-PCR methode, wel al afwijkende CT-scans hadden. Onderzoekers ondervonden ook dat CT-scans van de thorax een hogere sensitiviteit hadden voor detectie van een coronavirusinfectie vergeleken met een RT-PCR op monsters van de keelholte (2)(3).

Chest CT

Er zijn niet alleen maar positieve berichten over het gebruik van CT-scans bij de detectie van het coronavirus. Zo raadt The American College of Radiology het gebruik van CT-scans voor diagnose niet aan, omdat de RT-PCR methode veel specifieker is. Bij het maken een scan mis je specificiteit en kan het zijn dat de resultaten kunnen overlappen met infecties zoals SARS, MERS of influenza (4). Ook de Nederlandse Vereniging voor Radiologie (NVvR) zegt dat een CT-scan nooit zo betrouwbaar zal zijn als een RT-PCR. Alleen bij schaarste aan RT-PCR testen zou een CT-scan als testmethode een mogelijke uitkomst kunnen zijn. Zij zien de CT-scan wel als een mogelijke aanvulling op informatie over de ernst van de infectie (5). De NVvR bracht ook een standaardverslag uit over de diagnose van COVID-19, met als doel een uniforme verslaglegging in de ziekenhuizen met dezelfde classificatiemethodiek. Deze lees je hier.

Daarnaast kan er ook gesproken worden van een ethisch dilemma in deze crisissituatie: De CT-scan brengt als methode meer schade toe aan de patiënt dan de RT-PCR test, vanwege de blootstelling aan straling. Er is bewezen dat er een verhoogd risico is op ontwikkeling van kanker bij blootstelling aan straling. Blootstelling aan 1 millisievert (mSv) straling leidt bij 1 op de 20.000 mensen tot ontwikkeling van kanker (6). Bij een thorax CT wordt men blootgesteld aan een effectieve dosis tussen de 8 tot 10 mSv, dus daarbij wordt het risico op de ontwikkeling van kanker met een ongeveer een factor 10 verhoogd (7). In deze tijd van het coronavirus, waarin er prominent gebruik wordt gemaakt van de CT-scan, is dit wellicht een onderwerp om over na te denken.

Ondanks de verschillende berichten, worden er in Nederland CT-scanners gebruikt die hulp bieden bij de diagnose van het coronavirus. Zo zijn er ziekenhuizen die tenten opzetten met daarin CT-scanners, zoals het OLVG in Amsterdam. In het OLVG wordt zo een ‘’CT-tent’’ gebruikt om te kijken of er een vermoeden bestaat dat de desbetreffende persoon besmet is met het coronavirus. De CT-scanner wordt hier dus niet gebruikt om vast te stellen of iemand het coronavirus daadwerkelijk onder de leden heeft, dat wordt pas vastgesteld in het ziekenhuis. Wanneer er een vermoeden is vastgesteld, zal de persoon het ziekenhuis door een andere ingang moeten betreden, zodat anderen niet besmet kunnen worden. In het ziekenhuis wordt dan een test afgenomen zodat met zekerheid kan worden vastgesteld of de persoon besmet is of niet (8). Ook in het UMC in Maastricht wordt gebruik gemaakt van een ‘’CT-tent’’ om patiënt eerder duidelijkheid te kunnen geven over zijn klachten (9).

Ten slotte wil KALCIO Healthcare alle zorgprofessionals heel veel sterkte en succes wensen in deze crisistijd. Jullie doen het geweldig!

Referenties

  1. RIVM. (n.d.). COVID-19 Richtlijnen. Geraadpleegd op 30 maart 2020, van https://lci.rivm.nl/richtlijnen/covid-19
  2. Ai, T., & Yang, Z. (26 februari 2020). Correlation of Chest CT and RT-PCR Testing in Coronavirus Disease 2019 (COVID-19) in China: A Report of 1014 Cases. Geraadpleegd op 30 maart 2020, van https://pubs.rsna.org/doi/10.1148/radiol.2020200642
  3. Sturts, A. (17 maart 2020). Comparing RT-PCR and Chest CT for Diagnosing COVID-19. Geraadpleegd op 30 maart 2020, van https://www.mdmag.com/medical-news/comparing-rt-pcr-and-chest-ct-for-diagnosing-covid19
  4. Stempniak, M. (11 maart 2020). CT should not be used as first-line tool against coronavirus, ACR warns following pandemic declaration. Geraadpleegd op 30 maart 2020, van https://www.radiologybusiness.com/topics/care-delivery/ct-scan-coronavirus-chest-x-ray-radiology-covid-19
  5. Nederlandse Vereniging voor Radiologen. (15 maart 2020). Corona-virus/COVID-19 en CT-scan van de longen uitgelegd | Nederlandse Vereniging voor Radiologie. Geraadpleegd op 30 maart 2020, van https://www.radiologen.nl/nieuws/corona-viruscovid-19-en-ct-scan-van-de-longen-uitgelegd
  6. RIVM. (2014, 12 december). Blootstelling aan straling in de gezondheidszorg. Geraadpleegd op 1 april 2020, van https://www.rivm.nl/medische-stralingstoepassingen/blootstelling-aan-straling-in-gezondheidszorg
  7. RIVM. (2011, 21 juni). Gemiddelde effectieve dosis per type CT-onderzoek. Geraadpleegd op 1 april 2020, van https://www.rivm.nl/medische-stralingstoepassingen/trends-en-stand-van-zaken/diagnostiek/computer-tomografie/gemiddelde-effectieve-dosis-per-type-ct-onderzoek
  8. Baltesen, F. (23 maart 2020). OLVG bouwt corona-unit met CT-scan. Geraadpleegd op 30 maart 2020, van https://www.skipr.nl/nieuws/olvg-bouwt-corona-unit-met-ct-scan/
  9. Maastricht UMC+ plaatst tent met CT-scanner voor coronascreening. (14 maart 2020). Van  https://www.blikopnieuws.nl/gezondheid/280175/maastricht-umc-plaatst-tent-met-ct-scanner-voor-coronascreening.html