MRI onderzoek bij vrouwen met zeer dicht borstweefsel, waar staan we?

Nieuws

MRI onderzoek bij vrouwen met zeer dicht borstweefsel, waar staan we?

In 2011 werd gestart met de DENSE-studie. Een landelijk (multicenter) onderzoek met als doel te kijken of een MRI-onderzoek bij vrouwen met zeer dicht borstweefsel meer borstkanker in een vroeg stadium kan opsporen. Een van de redenen dat de studie werd opgezet was omdat in de groep vrouwen met zeer dicht borstweefsel (ongeveer 8% van alle vrouwen), 1 op de 3 borstkanker gevallen niet wordt ontdekt binnen het bestaande bevolkingsonderzoek. Bij vrouwen met weinig borstweefsel worden wel bijna alle tumoren gevonden. Gedurende de DENSE-studie werd een groep van ongeveer 4800 vrouwen tussen 50 en 75 jaar, na deelname aan het bevolkingsonderzoek, willekeurig geselecteerd en uitgenodigd voor een aanvullend MRI-onderzoek. Deze deelnemende vrouwen zijn vervolgens zes jaar gevolgd en kregen na iedere reguliere screening een aanvullend MRI-onderzoek.

In november 2019 werden de eerste veelbelovende resultaten van de studie gepubliceerd. Hieruit kwam naar voren dat van iedere 1000 vrouwen met zeer dicht borstweefsel, 17 van hen de diagnose borstkanker kregen. Bij de gewone screening werd bij geen van hen iets afwijkends waargenomen. Hoewel dit een belangrijke uitkomst was, moest dit worden afgewogen tegen de extra kosten en andere bijkomende aspecten. Zo duurt een MRI-onderzoek langer dan het maken van een mammogram, er is een contrastinjectie nodig en er waren ook vrouwen die ten onrechte een biopt kregen omdat op MRI een goedaardige afwijking als mogelijk verdacht werd gezien.

Binnenkant mobiele MRI bus

6 oktober 2020 publiceerde de Gezondheidsraad het langverwachte advies over de uitbreiding van het bevolkingsonderzoek borstkanker met MRI. De Gezondheidsraad adviseerde hierin om vrouwen met zeer dicht borstweefsel geen aanvullend MRI-onderzoek aan te bieden binnen het bestaande bevolkingsonderzoek borstkanker. Dit advies werd beargumenteerd met de toevoeging dat zij wel de noodzaak zien voor de vrouwen met zeer dicht borstweefsel, maar dat zij MRI-onderzoek hierbij geen toekomstbestendige oplossing vinden. Zo komt uit het advies naar voren dat MRI-onderzoek veel foutpositieve uitslagen met zich meebrengt, wat wil zeggen dat uit vervolgonderzoek blijkt dat de uitslag geen borstkanker blijkt te zijn. Dit type uitslag kan psychisch en fysiek belastend zijn. Daarnaast leidt het MRI-onderzoek mogelijk tot meer overdiagnose en meer overbehandeling bij vrouwen waarbij borstkanker anders nooit aan het licht was gekomen, zo concludeerde de Gezondheidsraad.

De belangrijkste reden om de inzet van MRI bij het diagnosticeren van borstkanker bij vrouwen met zeer dicht borstweefsel als niet-toekomst-bestendig te bestempelen is het bestaan van een alternatieve methode genaamd Contrast Enhanced Mammography (CEM), ook wel bekend als een mammografie met contrastmiddel. CEM is te vergelijken met een normale mammografie, alleen krijgen vrouwen bij deze methode een aantal minuten voor het maken van de foto een contrastmiddel ingespoten wat zich opstapelt in het tumorweefsel. Hierdoor is de tumor gemakkelijker op te sporen aan de hand van beelden (1). In het advies van de Gezondheidsraad wordt benadrukt dat de CEM-methode aanzienlijk goedkoper is en dat opschalen van de mammografiecapaciteit een eenvoudigere klus is vergeleken met het realiseren van voldoende MRI-capaciteit. Maar is dit wel echt zo? De CEM-methode kan namelijk niet in een bus worden uitgevoerd en zal ook in een ziekenhuis moeten plaatsvinden. Daarbij zal ook een arts en een reanimatieteam aanwezig moeten zijn wat kan leiden tot behoorlijke investeringen. Tevens zou de vraag gesteld kunnen worden of bij deze methode het nut opweegt tegen de risico’s die het met zich meebrengt. In het Gezondheidsraad advies wordt gesproken over het feit dat zowel bij CEM als MRI-onderzoek gebruik wordt gemaakt van contrastmiddelen. Hierbij mag wel worden aangestipt dat bij beide methoden niet dezelfde soort contrastmiddelen worden gebruikt. Bij MRI-onderzoek wordt gebruikt gemaakt van een contrastmiddel gebaseerd op gadolinium, terwijl bij CEM gebruik wordt gemaakt van een contrastmiddel gebaseerd op iodine (2,3). Het is bekend dat een contrastmiddel op basis van iodine een hogere kans op allergische reacties en andere bijwerkingen met zich meebrengt (2,4). Daarnaast kan men zich natuurlijk afvragen hoe lang het gaat duren totdat deze techniek toepasbaar is bij het bevolkingsonderzoek en of deze techniek net zo goed en nauwkeurig is als MRI. Wat doen we dan tot die tijd met de 1360 vrouwen met zeer dicht borstweefsel die jaarlijks niet worden gediagnosticeerd, maar wel borstkanker hebben (5)?

Dat er nu al, op basis van het advies van de Gezondheidsraad, besloten lijkt te worden om het aanvullende MRI-onderzoek af te slaan is een lastige kwestie. Stel je voor dat bij de CEM-methode de voordelen ook nauwelijks opwegen tegen de nadelen of dat het minder goed werkt dan MRI; welke kant gaan we dan op? Het zou interessant zijn als de twee methoden, na verder onderzoek naar de effectiviteit van CEM, nog eens naast elkaar worden gelegd en zo snel mogelijk worden toegepast.

KALCIO Healthcare is vanaf het begin betrokken geweest bij de DENSE-studie gericht op de capaciteitsinvulling van de cohort vrouwen die het MRI-onderzoek hebben ondergaan. Ook heeft KALCIO Healthcare een bijdrage mogen leveren op het advies opgesteld door het RIVM rondom capaciteit voor een mogelijke integratie van MRI binnen het bevolkingsonderzoek.

Referenties

  1. Laurentius Ziekenhuis Roermond. (z.d.). Contrast Enhanced Mammography (CEM). https://www.laurentiusziekenhuisroermond.nl/contrast-enhanced-mammography-cem
  2. Radiological Society of North America (RSNA) and American College of Radiology (ACR). (2018). Contrast Materials. RadiologyInfo. https://www.radiologyinfo.org/en/info.cfm?pg=safety-contrast
  3. Zanardo, M., & Cozzi, A. (2019, 1 december). Technique, protocols and adverse reactions for contrast-enhanced spectral mammography (CESM): a systematic review. PubMed Central (PMC). https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6677840/
  4. Kaller, M. O., & An, J. (2020, 25 mei). Contrast Agent Toxicity. NCBI. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK537159/
  5. Centraal Bureau voor de Statistiek. (2018, 26 augustus). Mannen en vrouwen per leeftijdsgroep. https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2018/35/mannen-en-vrouwen-per-leeftijdsgroep